De Shetland Pony

De Shetland Pony, ook wel Shetlander genoemd, is het oudste en ook kleinste pony ras van de wereld. Inmiddels wordt er ook speciaal gefokt op nog kleinere rassen, maar geen van deze behoort tot de ponyrassen, we hebben het dan over miniatuur paarden.

De Shetlander dankt zijn naam aan de eilandengroep die ten noorden van Schotland ligt, de Shetland eilanden. Het binnenland ligt nergens verder dan vijf kilometer vanaf de zee. De eilanden worden hierdoor dan ook sinds het ontstaan geteisterd door stormen en overvloedige neerslag. En juist deze invloeden hebben de Shetland Pony gevormd tot wat hij is: klein en massief en met, ruim voor de winter invalt, een enorme wintervacht. Met deze unieke eigenschappen heeft dit ras zichzelf al decennia lang kunnen beschermen in het gevecht tegen de weergoden.

De eilandbewoners zijn lange tijd afhankelijk geweest van wat de natuur hen bood om in hun levensonderhoud te voorzien. De visserij speelde hierbij een heel belangrijke rol, de schapen voorzagen hen van wol, de ossen bewerkten het land, en de Shetland Pony's waren echte allrounders die vrijwel overal en bij alles inzetbaar waren.

Zolang het wiel nog niet was geïntroduceerd op de eilanden, diende de Shetlanders als lastdier. Zij brachten de turf van de veenlanden naar de boerderij en droegen de aardappels op hun rug. Vaten met zout, gedroogde vis en zeewier van het strand gingen in grote manden en de Shetlander zorgde er wel voor dat de hele handel thuis kwam. De opmerkelijke kracht en het uithoudingsvermogen van de Shetland Pony was onmisbaar bij dit zware werk.

Volwassenen gingen gezeten op de kleine Shetland Pony's, waarbij hun benen over de grond sleepten, naar de kerk en naar de markt. Zelfs nu zijn er nog reizen te boeken waar volwassenen op een Shetland Pony de eilanden kunnen verkennen, of dit in deze tijd nog verantwoord is laten wij graag in het midden. Kinderen gingen te pony naar school, en een kudde pony's voor de school was dan ook eerder regel dan uitzondering.

De bewoners hadden lange tijd geen ander vervoermiddel dan de Shetlander. De pony's waren thuis in het moeilijke terrein, en konden zich ondanks hun vaak zware lasten prima redden waar mensen en andere dieren te kort kwamen.

Veel later, na de aanleg van wegen en de uitvinding van het wiel werden de Shetland Pony's ook veelvuldig aangespannen gebruikt.

Naast het feit dat ze enorm bruikbaar waren in het dagelijks leven, waren de Shetland Pony's ook de goedkoopste werkkrachten. Lopend op de Scattalds scharrelde ze zelf hun kostje van taaie, droge heide en mineraalrijk zeewier bij elkaar. En hout voor stallen was er niet, de toen nog zeldzame aangespoelde stukken hout werden vooral gebruikt voor de bouw van huizen. De Shetlander zocht zijn beschutting bij grote rotsblokken, muurtjes en turfwallen, een echt dak boven zijn hoofd had hij nooit.



Zoals met vele ontwikkelingen in de beschaving, kregen ook andere mensen in de gaten dat deze goedkope en sterke arbeidskrachten zeer bruikbaar waren. En zo kwam er helaas het moment dat de eerste pony's met de stoomboot "Earl of Zetland" naar het vaste land verscheept werden om te werk gesteld te worden in de mijnbouw.

Gelukkig zagen de mijnwerkers hierbij wel in dat hun "buddy" heel belangrijk was, ze moesten tenslotte samen als team de kost verdienen. Ook ontdekte de mijnwerkers al gauw dat ze geen betere beschermengel hadden kunnen treffen: wanneer de Shetland Pony eens alle medewerking weigerde bleken zij vaak later hun begeleiders instinctief voor een, vaak dodelijk, ongeluk te hebben behoed wanneer er weer eens een gedeelte van een mijn instortte.

Daarnaast beseften de mijnwerkers dat de inzet van de Shetland Pony's nog een waardevolle keerzijde had. Door hun komst werd het mogelijk dat hun vrouwen en kinderen vanaf dat moment ontslagen werden van het veel te zware mijnwerk.

Dit alles beseffend bracht het de mijnwerkers gelukkig op het idee dat zij heel goed voor hun "buddy" moesten zorgen. De Shetlanders kregen een op maat gemaakt tuig dat het hoofd en de ogen goed moesten beschermen tegen stof en vallend gesteente. Ook kwam er in 1908 een werkschema, de zogenaamde "Eight-Hour Bill" waarbij werd bepaald dat de pony's niet langer dan acht uur achtereen mochten werken. Tevens werd er voor minimaal drie keer per jaar een inspectieronde in het leven geroepen, hierbij werden de pony's gecontroleerd op voeding en gezondheid,met name op longziektes, en de verblijven werden gecontroleerd op hygiëne.

Voor zover wij weten worden de pony's inmiddels gelukkig nergens meer ter wereld ingezet in de mijnbouw.



Nadat de Shetlanders voor het mijnwerk op het vaste land aankwamen, wekte zij ook de interesse bij de rijken. De pony's werden door hen aangekocht, in eerste instantie als grasmaaiers, maar al snel werden ze waardevol als leuke pony voor de kinderen, en als zeer geschikte menpony voor de dames.

Deze aspecten bevorderden de handel, en vanzelf daaruit voortvloeiend ontstond ook de fokkerij op het vasteland. Voor de één het brood op de plank, voor de ander een pure liefhebberij.

Zo ontdekte men steeds meer unieke, en vooral bruikbare, eigenschappen van de Shetland Pony. Heden ten dage worden ze dan ook met veel plezier ingezet in vele disciplines waarbij alle leeftijden dankbaar gebruik maken van zijn enorme doorzettingsvermogen en werklust.

En al zijn de leefomstandigheden behoorlijk veranderd, de unieke eigenschappen die deze kleine krachtpatsers bezitten gaan waarschijnlijk, en gelukkig, nooit meer verloren!